Print

Schoonderbuken

Schoonderbuken ligt aan een eeuwenoud verkeersknooppunt. Een gasthuis van de abdij van Park aan deze drukke wegen wordt in 1134 vermeld. Het gehucht Schoonderbuken, dat deel uitmaakt van Scherpenheuvel, is dus veel ouder dan het bekende bedevaartsoord.

In volksmond krijgt het dorp de naam "Schunnebroek" en inwoners worden "Bezembinders" genoemd. Vroeger waren de meeste inwoners actief als seizoenarbeiders, iets dat typerend was voor heel wat Hagelandse dorpen. Tijdens de winter - wanneer de seizoenarbeid stillag - probeerden zij geld te verdienen met het maken van bezems.

Bezems binden is niet bepaald zwaar werk, maar deze waren verkopen was dat wel. Door metershoge sneeuw begaven de inwoners van Schoonderbuken zich met hun bezems naar markten in Leuven, Brussel en Wallonië.

Het standbeeld "De Bezembinder" kreeg een plaatsje op het plein voor de Sint-Jozefskerk.