Print

Milieuvergunning voor bronbemaling bij bouwwerken

Wie bij bouwwerken een tijdelijke droogzuiging of bronbemaling nodig heeft voor ondergrondse constructies zoals funderingen of een kelder, moet dit steeds melden aan de milieudienst.

Je moet niet enkel zorgen voor een stedenbouwkundige vergunning; het opstarten van een tijdelijke bronbemaling valt ook onder de Vlarem-meldingsplicht. Dit wil zeggen dat je vóór de werken van start gaan en de droogzuiging geplaatst wordt, een melding van een milieuvergunning klasse 3 moet doen bij de milieudienst. Zolang deze melding niet is gebeurd, wordt de stedenbouwkundige vergunning in principe van rechtswege geschorst.

Volgens de milieuwetgeving moet het opgepompte water, als dit op de locatie en technisch mogelijk is, zoveel mogelijk terug in de grond worden gebracht buiten de onttrekkingszone. Hiervoor kan je gebruik maken van putten, vijvers, bekkens of grachten. Zo niet moet het water zoveel mogelijk worden geloosd in de openbare of private beken, waterlopen of grachten.

Zijn voorgaande opties niet haalbaar, dan kan je het opgepompte water lozen op de regenwaterafvoer (bij een gescheiden rioleringsstelsel). Slechts in uitzonderlijke gevallen kan je lozen in de openbare riolering.

Gaat het echter om volumes hoger dan 10m³/u, dan mag er in geen geval geloosd worden in openbare rioleringen, aangesloten op een rioolwaterzuiveringsinstallatie, tenzij je de uitdrukkelijke schriftelijke toelating hebt van Aquafin (de exploitant van deze rioolwaterzuiveringsinstallatie).

De lozing van het opgepompte grondwater moet beperkt blijven tot maximum 500 m3/dag en mag nooit waterlast voor derden veroorzaken.

Meer informatie of het meldingsformulier kan je krijgen bij de milieudienst.