Print

Gedeeld verblijf

De wet van 19.07.1991 betreffende de bevolkingsregisters laat slechts toe om één enkele hoofdverblijfplaats te registeren. Dit principe geldt eveneens voor de niet-ontvoogde minderjarigen.

Voortaan heeft u echter de mogelijk om in het dossier van het kind een melding te maken van het gedeeld verblijf bij die ouder waar het kind slechts af en toe verblijft in het kader van co-ouderschap of een concrete verblijfsregeling.

Het gaat hier om een louter administratieve ingreep uit veiligheidsoverwegingen, die geen fiscale of sociale gevolgen (bv belastingen of kinderbijslag) heeft. De hoofdverblijfplaats van het kind, zoals bepaald door de rechter of onderling overeengekomen, wordt niet gewijzigd.

Het gedeeld verblijf wordt niet vermeld op attesten of identiteitsdocumenten.

Wenst u van deze maatregel gebruik te maken, dan kan u het gedeeld verblijf laten registreren bij de dienst bevolking. De melding van “gedeeld verblijf” wordt doorgevoerd op verzoek van de ouder bij wie het kind niet staat ingeschreven.

U brengt volgende documenten mee:

  • Uw identiteitskaart
  • Vonnis van de rechtbank (waarin de beslissing met betrekking tot de hoofdverblijfplaats van de kinderen is vastgelegd)
  • Schriftelijke gezamenlijke overeenkomst tussen beide ouders (bij afwezigheid van een vonnis)
  • toelating andere ouder (bij afwezigheid van een vonnis/overeenkomst)

Het registreren van de melding “gedeeld verblijf” kan in een andere gemeente voordelen opleveren met het oog op toegang tot hun infrastructuur of kortingen.

In onze gemeente zijn alle diensten (cultuur, jeugd, bibliotheek, sport,…) voor iedereen toegankelijk ongeacht zijn verblijfplaats.